Geinig berichtje in PNAS deze week: Japanse wetenschappers zijn erin geslaagd om muizen te klonen van dode hersencellen van dieren die 16 jaar geleden zijn ingevroren. Niet in vloeibare stikstof, maar in een gewone vrieskist.

Vrees niet, dit is niet weer het zoveelste Frankenstein-verhaal. Het gaat niet over cryo-Amerikanen die over 300 jaar weer tot leven zullen worden gebracht, of over dat gekke mens dat haar overleden hond liet klonen. Dit is daadwerkelijk GOED nieuws!

Eerst even wat achtergrond over klonen. Simpel gezegd heb je om te klonen een levende cel nodig (zoals bijvoorbeeld bij Dolly het schaap een uiercel) en een eicel waaruit de kern met al het DNA is verwijderd. De kern van de uiercel wordt dan in de lege eicel gestopt, en die eicel wordt dat in een surrogaatmoeders baarmoeder geplaatst. Het unieke aan dit Japanse onderzoek is dat er ingevroren dieren zijn gebruikt, en dode cellen. De wetenschappers denken dat de hersencellen uitzonderlijk goed bewaard zijn gebleven vanwege de hoge concentratie aan suikers in de hersenen (ik neem aan dat dat als anti-vries heeft gewerkt).

OK, waarom is dit goed en leuk nieuws? Er zijn nogal wat diersoorten die op het randje van uitsterven staan, ookal lopen ze nog rond in dierentuinen en wildparken. Men vreest dat de genetische diversiteit van de weinige exemplaren te klein is om een gezonde populatie te fokken. Dit geldt bijvoorbeeld voor de panda. Bij ieder dier dat sterft zonder nakomelingen, wordt de genetische basis smaller. Helaas hebben dierentuinen en wildparken niet de technische faciliteiten, know-how en geld, om van ieder ‘rode lijst-dier’ een kloon te maken. Wat ze wel kunnen doen, is het dier in een plastic zak in een ordinaire keukenvriezer schuiven. Daar kan het dus blijkbaar jaren goed blijven totdat fokprogramma’s zijn opgezet.

Nu nog iedere dierentuin ervan overtuigen die dode witte neushoorn in te vriezen!