BIGSciencepalooza vormt nu ook de inspiratiebron voor de toonaangevende wetenschappelijke redacties. In navolging van de discussie tussen Tim en ondergetekende is nu ook de nieuwste Nature geheel gewijd aan de vraag: hoe gaan we om met de onvoorstelbare hoeveelheid data die er binnenkort is? En kijk eens, zelfs dit toptijdschrift erkent dat “de instituties en cultuur van wetenschap helaas geworteld blijven in het pre-electronische tijdperk.”  Ha.

De ‘Big Data‘-editie is een beetje gelinkt aan de tiende verjaardag van Google, en heeft een duidelijke hoofdgedachte: wetenschappers – maar ook andere burgers – moeten zich toch vooral gaan aanpassen aan de stortvloed van data die ons de komende jaren overspoelt. ‘Petacentre‘, ‘wikiomics‘ en ‘1000 genome project‘ vormen de rode draad van het tijdschrift. Wetenschappers moeten zich toch vooral verenigen en data uitwisselen, en Nature zet zich in dit verband neer als zeer vooruitstrevend (in tegenstelling tot andere tijdschriften). Tuurlijk.

Een mooi voorbeeld van de gevolgen van gaatjes in het datageweld komt uit Amerika. Onderzoekers hebben daar uit een wirwar van genetische data individuele DNA-patronen kunnen achterhalen. Stel, je hebt ooit je DNA beschikbaar gesteld aan de wetenschap, dan plukken zij je profiel zo uit een of andere publieke database, ook al is jouw DNA ‘gepooled’ met dat van anderen! Zelfs de grootste onderzoeksfinancier in Amerika – NIH – vond dit wel een eng idee, en sloot een tijdje zijn publieke databanken. Toch is het geen enorme privacy-ramp want ook jouw ‘zuivere’ profiel  moet ergens bekend zijn om de link met jou te kunnen leggen. Zolang je dus geen crimineel bent en in allerlei politiedatabanken opduikt, hoef je je nog nergens zorgen over te maken.

Toch vergt het petatijdperk wel enige aanpassing met betrekking tot theorievorming, gecontroleerde informatievoorziening en privacy. Kort gezegd: er zal van alledrie weinig overblijven.