Recente evolutie heeft ervoor gezorgd dat wij Noord Europeanen, in tegenstelling tot de meeste andere volken melk kunnen verteren. Steentijd-Europeanen konden dat namelijk nog niet. Pas toen melkveehouderij belangrijk werd in Europa (tussen 7000 en 3000 voor Christus) hebben we ons aan de nieuwe voedselbron, melk, aangepast. Dat merkte ik toen ik vanmorgen bij de dokter was.

Ik was bij de dokter voor een lactose-tolerantie test. Lactose (met O) is melksuiker en wordt afgebroken door het enzym lactase (met A). Mensen die geen lactase aanmaken, kunnen lactose (en dus melk) niet verteren, zij zijn lactose-intolerant. Op een nuchtere maag kreeg ik een halve liter lactose oplossing te drinken (jak!). Daarna werd iedere 20 minuten mijn bloedsuikerspiegel gemeten, en die ging gedurende een uur gestaag omhoog. Dat betekent dat ik, net als de meeste Nederlanders, genoeg lactase heb om lactose af te breken en de energie uit de melk op te nemen. Maar de meeste mensen op de wereld kunnen dat niet.

Nederlanders, Noord-Duitsers en Scandinaviers zijn de kampioenen van het melk drinken. Bij ons kan namelijk bijna iedereen melk verteren. In Zuid-Europa kan ongeveer de helft van de mensen zonder problemen melk drinken. De meeste Aziaten en Afrikanen krijgen alleen maar buikpijn van melk. Sommige veehoudende volken in Azië en Afrika kunnen echter ook melk verteren. Historici vragen zich dan natuurlijk wat oorzaak is en wat gevolg. Zijn wij en de andere melkdrinkende volken melk gaan drinken omdat we daarvoor toevallig de juiste genen hadden? Of hebben onze genen zich aangepast aan melk als nieuwe voedselbron? Heeft cultuur (melkveehouderij) onze evolutie beïnvloed?

Een jonge professor, Joachim Burger, uit Mainz kwam met een leuk idee om te bepalen of de genen er eerst waren of de cultuur. Hij onderzocht het DNA van 9 mensen die in Europa leefden voordat melkveehouderij belangrijk werd. En wat bleek: de 9 mensen hadden de versie van het gen dat nu nog de meeste Zuid Europeanen hebben, de versie waarmee je geen melk kan verteren. De juiste genen om melk te verteren waren er in de steentijd dus nog niet (of in ieder geval waren ze behoorlijk zeldzaam). Dat duidt erop dat de melkveehouderij ervoor gezorgd heeft dat we ons aan het melkdrinken hebben aangepast. Eerst een culturele revolutie, gevolgd door genetische evolutie!