Volgens mij kent iedereen wel vrouwen die een winkel inlopen en als ze eruit komen niet meer weten welke kant ze op moeten. De bewering dat vrouwen vaak een slecht richtingsgevoel hebben komt misschien dus niet helemaal uit de lucht vallen. Toch vroeg ik me af of dit klopt of dat er stiekem evenveel mannen zijn die een slecht richtingsgevoel hebben. En hoe zit dit met andere beweringen over verschillen tussen mannen en vrouwen, zoals dat vrouwen niet kunnen inparkeren en dat vrouwen slechter in betavakken zijn? Is er enige wetenschappelijke grond voor deze verschillen of berusten ze louter op vooroordelen?

De laatste jaren zijn veel verschillen tussen mannen en vrouwen in wetenschappelijk onderzoek ontkracht. Zo is eigenlijk al jaren bekend dat vrouwen prima auto kunnen rijden en dat ze zeker niet meer ongelukken veroorzaken dan mannen. Toch lijken de statistieken het moeilijk te kunnen opnemen tegen het ingeburgerde vooroordeel dat vrouwen slecht autorijden en niet kunnen inparkeren. Onderzoekers in de Verenigde Staten hebben het daarom grondig aangepakt toen ze een onderzoek opzetten om het verschil in wiskundige capaciteiten tussen jongens en meisjes te bekijken. Bij zeven miljoen leerlingen tussen de 8 en de 15 onderzochten zij verschillen in prestaties bij een jaarlijkse wiskunde toets. En wat bleek? Jongens en meisjes presteerden even goed. Dit bevestigde de conclusie van een onderzoek uit 2005, waarin resultaten van 40 jaar onderzoek naar verschil in cognitieve ontwikkeling bij kinderen werden bekeken. Dit onderzoek onderstreept dat ontwikkeling van cognitieve capaciteiten niet verschilt bij jongens en meisjes. Om te verklaren waarom meer mannen werken in wetenschappelijke en technische banen zal dus gekeken moeten worden naar andere, waarschijnlijk maatschappelijke, factoren.

Hoe zit het nou met kaartlezen? Het antwoord op deze vraag ontdekte ik een tijdje terug toen ik met mijn partner verdwaalde. We hadden een kaart bij ons en hij dacht op basis van kaart dat we richting het oosten liepen. Ik had het gevoel dat we inmiddels een volle cirkel hadden gelopen, wat zou betekenen dat we richting het zuiden liepen. We hadden hier nog steeds een gesprek over toen ik een grote open plek ontdekte in het bos. Deze open plek was mij op de heenweg opgevallen en ik wees mijn partner erop dat we nu op onze route van de heenweg stuitten. Hij was nog niet overtuigd, maar ik kon hem vertellen, dat als we nu rechtsaf gingen dat we dan aan onze linkerhand een paadje zouden zien en als we daarin zouden gaan dan zouden we na 100 meter aan onze linkerhand een bordje met ‘rustgebied’ zien staan. Kort daarop las ik ergens over hoe mannen en vrouwen navigeren en wat de verschillen daartussen zijn. Vrouwen navigeren op basis van zogenaamde “landmarks”, dus herkenningspunten in het landschap, en mannen op basis van richtingsgevoel. Dit verschil schijnt een evolutionaire basis te hebben in de manieren van voedselzoeken van de mens in de oertijd. Mannen die op jacht gingen konden tijdens het rennen hun ogen niet van de prooi afwenden en hadden dus geen tijd om alle herkenningspunten in het landschap in zich op te nemen. Als zij een dier vervolgens vingen dan moesten ze met dat dier wel weer terug naar hun grot, vrouw of stam zien te komen. Wel handig dus als je dan een goed beeld hebt van de richting die je blindelings bent opgerend. Vrouwen daarentegen trokken er rustig op uit om bessen en vruchten te verzamelen. Genoeg tijd dus om het landschap goed in je op te nemen en zo de weg te onthouden naar die ene struik vol met sappige bramen.

En of het vrouwen al niet genoeg tegenzit op het gebied van kaartlezen werd zeer recent ontdekt dat het genetisch bepaald is dat het mannelijke lange termijn geheugen meer gericht is op het onthouden van tactische informatie, zoals routes, waar het vrouwelijke beter emotionele informatie opslaat. Een man kan dus misschien beter kaartlezen, maar een vrouw kan beter verjaardagen onthouden!