Twee-honderd-drie-en-veertig. Zoveel mensen zijn er tot op vandaag gestorven door infectie met het H5N1 griep virus na overdracht van vogel naar mens. So what? Welnu, in 1917 gingen er ± 200 mensen dood aan het H1N1, influenza virus, in 1918 vijf-en-zeventig miljoen.

Influenza is een virus dat zich verspreidt op kleine vocht deeltjes in de lucht (aerosolen) of via snot aan de deurknop. Het zorgt voor een infectie aan de onderste delen van de longen en houd je minimaal 5 dagen in bed. Gezonde mensen krabbelen met een hoop gevloek en gesnotter weer uit het dal, oudevandagen en kleine kinderen (<3 jaar) hebben een serieus probleem en kunnen overlijden. Op dit moment circuleren 3 influenza stammen onder de menselijke bevolking (H1N1, H3N2 en B). H slaat op het eiwit hemagglutinine en N op het eiwit neuraminidase. Echter, o.a. in vogels komen 16 verschillende types H en 9 types N voor in een waaier van verschillende combinaties. Als opeens zo’n nieuwe griep combinatie een mens infecteert voor de eerste keer, heeft het immuunsysteem niet de mogelijkheid (tijdig) in te grijpen en dan heb je de poppen aan het dansen. Sinds 2005 dansen die poppen vooral in zuidoost Azië. Ondertussen is ongeveer de helft van de H5N1 geïnfecteerde mensen gestorven. Ondanks één beschreven geval van mens-naar-mens infectie was dit altijd vogel-mens overdracht. Maar wat als H5N1 (of H2N9 of… of…) daadwerkelijk een snel om zich heen grijpende pandemie veroorzaakt? Wat voor maatregelen kunnen we nemen om de pandemie af te remmen? 1. Breed en snel netwerk om ontluikende virussen te detecteren 2. Vaccins om niet ziek te worden 3. Medicijnen voor als je ziek bent.

Alle drie de groepen zijn geholpen bij een recente publicatie in het blad Nature. Onderzoekers uit de VS vaccineerden vrijwilligers met een alledaags griepvaccin en bestudeerden het afweersysteem. Tot op heden was onbekend wanneer ‘goede’antilichamen werden geproduceerd en door wie. Antilichamen kunnen virussen binden en zo een “signaal” zijn voor destructie door het lichaam. En wat bleek, niet de usual suspects B-cellen waren van belang maar andere cellen uit het immuunsysteem, namelijk de antigen-secreting plasma cellen (ASC’s). Deze cellen bleken de eerste golf van antilichamen te produceren en al na 7 dagen en niet drie maanden. Dat is pure winst van 11 weken die tijdens een snel groeiende wereldwijde epidemie cruciaal mooi gebruikt kunnen worden.

De onderzoekers combineerde deze vinding met het gebruik van “sortering” machines die individuele cellen uit een oplossing kunnen isoleren en groeide de ASC’s verder op. Deze bleken specifieke antilichamen te produceren die zeer sterk aan het virus konden binden. Men had binnen 4 weken specifieke, bindende antilichamen geïsoleerd die gebruikt kunnen worden óf in het laboratorium als gereedschap óf in de diagnostiek óf zelfs in een patiënt. Alle deelgebieden die te maken hebben met een dergelijk virus kunnen profiteren van het aanmaken van zulke antilichamen. En er zijn nog veel meer infectieuze beestjes dan virussen die wachten op een oplossing zoals vieze bacterien en dwarse parasieten die de mens veel ongemak bezorgen. Dus vaccineren en sorteren!