Eindelijk … het atletiek op de Olympische Spelen is weer begonnen. In het kader  van de Olympische Spelen werd door andere tijden sport een documentaire  uitgezonden over de hardloopster Foekje Dillema. In de jaren na de Olympische  Spelen van 1948 werd deze Friese atlete plotseling een serieuze bedreiging voor  de succesvolle Fanny Blankers-Koen. Al direct vanaf het begin van Foekjes carrière  waren er twijfels over haar geslacht (degenen die de documentaire hebben gezien kunnen zich dat denk ik goed voorstellen). In de documentaire, die gemaakt is naar aanleiding van een net uitgegeven boek, wordt gespeculeerd dat de man van Fanny Blankers-Koen sterk heeft aangedrongen op een geslachts-test. Uiteindelijk is ze dankzij deze test door de KNAU uitgesloten van competitie en heeft daarna nooit meer een wedstrijd gelopen. Er is echter altijd onduidelijkheid gebleven over haar geslacht, maar lang leve de wetenschap, aan het eind van de documentaire wordt met behulp van een DNA test en een aantal haren, het mysterie ontrafeld.

Foekje Dillema’s DNA-test toonde zowel X-chromosomen als Y-chromosomen aan, maar in verhouding van 3:1; hoogst waarschijnlijk was Foekje een genetisch mozaïek. Dit is het gevolg van foutjes bij de ontwikkeling van het embryo, waardoor zowel cellen met twee X-chromosomen (vrouwelijk) als cellen met XY- chromosomen (mannelijk) worden gemaakt. In het lichaam komen deze cellen dan door elkaar voor (vandaar de term mozaiek). De verhouding tussen de ‘vrouwelijke’ cellen en de ‘mannelijke’ cellen bepaalt min of meer welk geslacht de overhand heeft. In Dillema’s geval zal dat vrouw geweest zijn. Overigens heeft Foekje kort na de geslacht-test een operatie ondergaan, de auteur van het boek vermoedt dat er toen een teelbal uit de lies is verwijderd. Op grond van de DNA test is Foekje Dillema uiteindelijk gerehabiliteerd; de KNAU heeft toegegeven dat ze destijds ten onrechte is uitgesloten van competitie.

Interessante vraag blijft natuurlijk wat we binnen de topsport aanmoeten met natuurlijke variatie. Foekje Dillema heeft ongetwijfeld sterk geprofiteerd van hogere testosteron niveaus waardoor ze waarschijnlijk veel sterkere spieren kon ontwikkelen dan de competitie. Er zijn nog meer voorbeelden van sporters die hebben geprofiteerd van genetische variatie. Neem bijvoorbeeld de Finse sporter Eero Mäntyranta die tijdens de olympische spelen van 1964 erg succesvol was. Later kwam men erachter dat hij dankzij een mutatie in het gen dat codeert voor erythropoëtine receptor een bloedhemoglobine niveau had waar menig fietsende EPO gebruiker jaloers op zou zijn. Een ander voorbeeld is iemand die tijdens de Olympische Spelen van 2020 misschien veel gouden plakken gaat winnen. In 1999 heeft een Duitse hardloopster een kind gekregen dat zowel van de vader als van de moeder een mutatie in het myostatine gen heeft geërfd. Dit gen codeert voor een eiwit wat normaal betrokken is bij de remming van spiergroei, het jongetje (zie foto) is daardoor extreem gespierd. Tja, dit zijn natuurlijk extremen maar er zijn waarschijnlijk ook veel subtielere variaties waar je voordeel van kunt hebben, kun je dit dan nog eerlijk noemen of is sport per definitie oneerlijk. Als de techniek er klaar voor is moet het Olympisch Comité misschien maar van alle wereldrecordhouders een kloon laten maken. Deze klonen kunnen dan door elk individueel land worden getraind om op de Spelen tegen elkaar te strijden. Nou ja….. sport wordt dan misschien wel eerlijker maar ook een stuk saaier.