Een bom die bij vijandige troepen een onbeheersbare drang tot homoseksuele liefde los maakt. Daarmee won het Amerikaanse leger afgelopen week de “Ig” Nobelprijs voor de vrede. Deze prijzen worden ieder jaar op Harvard in de VS toegekend aan ontdekkingen waar mensen eerst door aan het lachen worden gemaakt en vervolgens aan het denken gezet.

In werkelijkheid is het vooral een grappige gebeurtenis waar voornamelijk puberale humor hoogtij viert. Papieren vliegtuigjes suizen door de lucht, de zaal vult zich telkens met een kakofonie aan geluiden als het woord “kip” valt. Een super schattig meisje van een jaar of 6 met de naam “zoet poepje” maakt sprekers op niet-subtiele wijze duidelijk als ze saai en langdradig zijn en er vallen afspraakjes te winnen met echte Nobelprijs winnaars.

De Nederlander Moeliker won in 2003 een “Ig” Nobelprijs voor de eerste beschrijving van een homoseksuele eend met een voorliefde voor necrofilie. Ook dit jaar was Nederland goed vertegenwoordigd. Professor Van Bronswijk, van de TU Eindhoven, won een prijs voor haar werk aan allerlei soorten kleine beestjes die voor het blote oog onzichtbaar zijn maar ons altijd in bed vergezellen.

Over het algemeen worden wetenschappers vooral gezien als overserieuze mensen die onderzoek doen naar vaak onbegrijpelijke zaken. Maar op deze avond worden de haren los gegooid en rolt bijna iedereen van z’n stoel van het lachen als de volgende prijs gaat naar het positieve effect van Viagra op het voorkomen van een jetlag bij hamsters.

Ik moet die avond vooral denken aan de Homobom. Na de debacles van de afgelopen jaren wil het Amerikaanse leger het over een heel andere boeg gooien. Democratie verspreiden is te ontvlambaar gebleken, aan de liefde kleven blijkbaar minder risico’s. Nu maar hopen dat ze nooit hun eigen jongens bombarderen, immers homoseksualiteit is nog altijd verboden in het Amerikaanse leger.

Deze column verscheen eerder op Vrijdag 17 Oktober 2007 in SP!TS.